Drieluik

Een drieluik met in het midden een zelfportret in zeefdruk uit 1983,
links en rechts geflankeerd door experimenten met Photoshop, dat
ik begin jaren ’90 net een beetje onder de knie begon te krijgen.

Via associatie met het beroemde drieluik ‘De Tuin der Lusten’ van
Hieronymus Bosch, waar op de buitenzijde in grisaille de schepping
van de wereld verbeeld is, kwam ik bij Genesis 1:14, waar God op de
vierde dag de dagen schept en op de zevende dag rust om bij Genesis
2:7 in retrospectief stof der aarde te nemen en er een mens mee te
formeren, in diens neusgaten de adem des levens te blazen, zodat het
een levende ziel wordt.
Maar de man is te hoekig en dus schept Hij uit een van zijn ribben
een hulpje (Gen. 2:18), die ‘als tegen hem over zij’, wat Hij bij Gen.
2:21 en 2:22 realiseert, waarna Adam, aan wie in zijn slaap botweg
een rib is ontnomen, bij het zien van het nieuwe schepsel concludeert,
dat zij ‘Mannine’ moet heten, omdat zij is samengesteld uit zíjn botten
en vlees. Wat lijkt te bewijzen, a) dat God de rib er nogal woest
uitgetrokken heeft, en b) dat Adam dit wel degelijk gemerkt heeft.

Ook meent Adam nu zonder enige empirische ervaring, dat ‘de man
zijn vader en moeder zal verlaten om zijn vrouw aan te kleven’,
waarna zij ‘zullen tot één vlees zijn’ (Gen. 2:24). Maar Adam en zijn
Mannine zijn het allereerste mensenpaar, gevormd uit respectievelijk
aarde en een rib, en hoe kan er dan sprake zijn van ouders?

Moet een religie wellicht vol paradoxen en ongerijmdheden zitten om
aanspraak te mogen maken op toegang tot het ‘domein van geloven’,
waarna weerleggingen, al dan niet wetenschappelijk onderbouwd,
afketsen als water op een geolied oppervlak?
Maar hoe raadselachtig ook, we hebben wel een enorme hoeveelheid
prachtige kunst te danken aan de wereldreligies.

Waarmee we terug zijn bij de arme,
mistroostig op eigen klompen staande
jonge kunstenaar op het middenpaneel
van de triptiek, daar nog geflankeerd
door boosaardig grijnzende manninen
met microfoons of misschien wel SM-
speeltjes. (Jammer dat ze geen eva* dragen.)
Hier die kunstenaar met zijn net voltooide
zeefdruk in 1983. Hij vraagt zich af, of deze
prent nu wél eens wat gaat opleveren, want
je kunt dag in dag uit prachtige prenten
produceren, maar als niemand er ooit
één koopt… moet je misschien maar een
nieuwe religie beginnen of zo.
Velen gingen je tenslotte voor en boerden niet slecht, zelfs niet tijdens een
laatste maaltijd.

*Opmerkelijk, dat ik eva in de betekenis ‘schort’ alleen kan vinden in
De Puzzelencyclopedie in 2 delen, pag. 2058, REBO Productions
Lisse 1994, ISBN 9036610052

Digiprove sealCopyright secured by Digiprove © 2019